“...home is represented, not by a house, but by a practice, or by a set of practices. Everyone has his own. These practices, chosen and not imposed, offer in their repetition, transient as they may be in themselves, more permanence, more shelter than any lodging. Home is no longer a dwelling but the untold story of a life being lived.” (John Berger, in ‘And Our Faces, My Heart, Brief as Photos’, 1984)

‘thuis’ wordt niet vertegenwoordigd door een huis, maar door een praktijk, of door een reeks handelingen en gewoontes. Iedereen heeft zijn eigen. Zulke praktijken, zelfgekozen en niet opgelegd, bieden in hun herhaling, hoe vergankelijk ze op zichzelf ook zijn, meer duurzaamheid, meer beschutting dan enig onderdak. Thuis is niet langer een woning, maar het onvertelde verhaal van een leven dat wordt geleefd. )


NEDERLAND ONDER DAK BUTTON
VOORTSCHRIJDENDE INZICHTEN HEAD



ten vierde HUISVREDE? WOONVRIJHEID!

exclamation mark!

Wat gaan we in 2030 met die één miljoen nieuwe huizen doen? Hoe zien die er uit? Wat gebeurt er? Wie wonen daar en wat kunnen we er? Wat zouden één miljoen huishoudens zich behalve dat dak kunnen wensen?

Faciliteer en reguleer thuiswerken, bedrijf aan huis, onderhuur, gemeenschappelijk eigendom, collectieve exploitatie, ontgrenzing privé en publiek gebruik... Het volle leven moet worden terug gebracht naar huis en erf. In plaats van loonslaven op te bergen in slaapsteden moeten de volle menselijke capaciteiten en verantwoordelijkheden weer met het huis worden verbonden — aan en vanuit huis plaatsvinden. Voor dat inzicht was geen pandemie nodig geweest. Wonen, werken en delen vormen de basis van een saamhorige en open gemeenschap. Woonvrijheid nu!



ten derde NOEM HET EEN WOONINFARCT

exclamation mark!

Het eigendom van alleen de stenen of een bouwkaveltje, dit kapitale bezit, is niet genoeg om het Nederlandse wonen ongecontroleerd te mogen regeren, zoals het beleggersdom nu doet. Bewoners en gebruikers verdienen beter dan vier muren, een dak en een parkeerplaats. Een dak boven je hoofd met zeer ruime gebruiks- (lees bewoon-) mogelijkheden, met privacy en met gemeenschapsleven, is een recht en een noodzaak voor ieder mens. Het houdt ons in leven, sociaal, actief, coöperatief, productief en maatschappelijk wakker en betrokken. De rechten en mogelijkheden van bewoners-huurders, maar ook van commerciële huurders, zijn onacceptabel begrensd. De woonsituatie zit muurvast in de greep van individuele en collectieve eigenaren en wordt overeind gehouden in al dan niet wettelijk ondersteunde regelgeving.

Wie naar deze wooncrisis kijk ziet dat de grond- en stenenbezitters onbegrensde mogelijkheden kregen aangereikt om dat bezit zonder enige vorm van sociaal verantwoorde regelgeving of dienstverlening te verzilveren, ten koste van het algemene goed dat vrijheid van wonen, werken, delen en leven heet — ten koste van een samenleving die voortdurend in beweging moet blijven om in nieuwe vormen te kunnen overleven.

Woonprotest, woonopstand en woonverzet komen niets te vroeg. Het wooninfarct waarmee we worden geconfronteerd is levensbedreigend. Niet onder dak te zijn, geen plek te hebben om je terug te trekken, om te delen, om mensen te ontvangen en mogelijk te herbergen, om te werken, om van het leven te genieten, is géén optie: de Nederlandse samenleving moet uit puur lijfsbehoud onderdak en leefruimte bieden aan iedere burger, zonder uitzondering. Er moet in de woonregelgeving een zee van ruimte worden gecreëerd om de flexibiliteit van eigentijdse woonverlangens en -eisen te faciliteren!

Nederland ontkomt niet aan de legalisatie van flexibele sociaal wenselijke vormen van (onder-)huur, van woon- en werkgebruik van vastgoed, en moet naar een regularisatie van eigendom met ertoe behorende — weldegelijk verplichte — huisvestings- en commerciële dienstverlening, ter verruiming van de mogelijkheden van privaat en collectief gebruik, in huis en op en rond het erf, kortom in dienst van een bevrijding van wonen, werken, delen en leven.

‘Geen bezit, geen bezwaar’ zong een jaar of 40 geleden meen ik de geboren zwerver en nachtbraker Ramses Shaffy,

‘Ik ben gelukkig niet verankerd
Soms woon ik hier, soms leef ik daar
Ik heb m’n leven niet verkankerd
Ik heb geen bezit en geen bezwaar”

Couplet uit ‘Laat Me’, 1978 idd, tekst van Herman Pieter de Boer, een ‘hertaling’ van ‘Ma Dernière Volonté’ (Vivre) van de Franse zanger Serge Reggiani


ten tweede OPEN WONEN ALS FILOSOFIE

exclamation mark!

‘Open wonen’ zou moeten voldoen aan eigentijdse voorwaarden van wonen, werken, delen en leven. Open wonen begint net als alle andere woonvormen met bouwen. Bouwen gaat steen-voor-steen maar open wonen vraagt meer dan een rijtjeshuis of vinexstraat. In open wonen moeten de grenzen van privé en openbaar en tussen individueel en gedeeld gebruik van functies en voorzieningen worden verlegd. Het programma voor deze veranderingen vormt de basis voor concept en ontwerp van woning, straat, erf, buurt, wijk en stad. Het moet van micro tot macro schaalbaar zijn en zowel kunnen worden toegepast in bestaande bouw als in nieuw te bouwen projecten. Het moet bruikbaar zijn voor iedere woonbelanghebbende, van kraker tot projectontwikkelaar. NEDERLAND ONDER DAK stelt zich ten doel om de totstandkoming van zo’n programma te initiëren en uit te werken.



ten eerste ANDERS WONEN

exclamation mark!

De wooncrisis werpt bij NEDERLAND ONDER DAK een aantal elders minder urgent gebrachte vragen op, die gezien de maatschappelijke veranderingen van de afgelopen 30 jaar (niet toevallig dezelfde tijdsperiode waarin het neoliberale woonfiasco zich ontwikkelde) steeds relevanter werden. Het zijn, om het met een bouwterm te duiden, fundamentele vragen bij de actuele woonbehoefte. Vragen die een onderdeel van de oplossing van deze crisis moeten zijn, juist omdat ze in belangrijke mate aan de huidige problemen bijdragen.

Willen antwoorden op de actuele woningnood productief zijn dan moeten ze rekening houden met ontwikkelingen die zich over ten minste de afgelopen drie decennia voltrokken en die nog voortdurend van richting veranderen. Tezamen zorgen ze voor een maatschappelijike dynamiek die de wooncrisis aanwakkert.

Wat is het geval? De Nederlandse gezinsomvang neemt gestaag af (minder hoofden per huishouden). Nieuwkomers landen op de woningmarkt (immigratie). Er ontstaat een nieuwe situering van werk (thuiswerken). Er ontstaat een nieuwe situering van scholing (‘online’ onderwijs). Traditionele woonfuncties (‘huis, tuin en keuken’) veranderen (‘uitbesteding’ van de verzorging van primaire levensbehoeften c.q. -gewoontes: koken en eten, vrijetijdsbesteding, sociale contacten).

Tel daar de ingrijpende effecten bij op van informatisering, mobiliteit, nieuwe vormen van socialiteit, automatisering en robotisering van arbeid, klimaatverandering, een ermee samenhangende veranderende energievraag en -productie, andere ruimtelijke ordening, de opkomst van nieuwe woonculturen, andere sociale rituelen, andere samenlevingsvormen, nieuwe verdeling van arbeids- en huishoudelijke taken, plus de psychologische en sociaal-culturele noden en lusten die met al deze ontwikkelingen samenhangen.

Zie daar: een schreeuwende behoefte aan een nieuw woonlandschap!


FUNDAMENTELE VRAGEN

Welke fundamentele vragen zouden een radikaal vernieuwend en op de toekomst gericht woonbeleid moeten gidsen? In volgorde van urgentie, en gesteld namens een algemeen ‘wij’: divers, inclusief, veeleisend, behoeftig en meestal welwillend (een ‘wij’ dat in de uitwerking van deze vragen minutieus moet worden gespecificeerd): ‘waarom’ willen we wonen, ‘waar’ willen we wonen, ‘hoe’ willen we wonen, ‘met wie’ willen we wonen, en ‘wanneer’ en ‘hoe lang’ willen we wonen...?

Vervang vervolgens ‘wonen’ met ‘werken’ en dezelfde vragen worden relevant: “waarom willen we werken, waar willen we werken, hoe willen we werken, met wie willen we werken, en wanneer, hoe lang willen we werken”...? Vervang ‘werken’ dan met ‘reizen’, of ons verplaatsen: wat is onze mobiliteitsbehoefte, oftewel “waarom willen we ons verplaatsen, waartussen willen we ons verplaatsen, hoe willen we ons verplaatsen, met wie of tussen wie willen we ons verplaatsen, en wanneer, hoe vaak en hoe lang willen we reizen, hoeveel reistijd willen we besteden en wat doen we in die tijd, behalve ons verplaatsen...?”

Waar komen zulke vragen anders vandaan dan uit een complex (maar voor wie daar naar op zoek gaat, systematisch samenhangend geheel) aan maatschappelijke veranderingen. Berichten over die veranderingen bereiken ons vanuit een veelheid aan vaak gezaghebbende bronnen, onderzoeken, statistische en kwalitatieve peilingen, de media.


WAT WERKT? BEWONERS WERKEN!

In plaats van speculatiegeld te ‘laten werken’ [sic] in peperdure huurstenen, moeten we menselijk vernunft, verbeeldingskracht en sociale vaardigheid inzetten voor betaalbare en innovatieve woonoplossingen! In zulke oplossingen moet een hoop worden geïnvesteerd, aan zeer uiteenlopende middelen, kennis, ervaring, vaardigheden — met de hersens erbij en de handen uit de mouwen. Architecten, systeemontwerpers, makers met een breed scale aan disciplines, kunstmatige en natuurlijke vaardigheden, sociologen, psychologen, filosofen, mensen met geld en mensen zonder geld — allen die in gemeenschappelijkheid willen en kunnen wonen, OPEN WONEN, komen naar het werk.

exclamation mark!

OPEN HET WERK AAN WONEN!



Jouke Kleerebezem